Hoorns

Byzantijns Mannenkoor

Hiermee wordt het belangrijke feit verwoord dat het priesterschap in de Kerk iets is wat aan Christus behoort. Christus is de enige Priester van het Nieuwe Verbond, en Hij maakt de Kerk een deelgenoot aan Zijn priesterschap, zoals Hij haar ook deelgenoot maakt aan Zijn Offer wat Hij opdraagt voor het welzijn van de wereld. *16
Na dit gebed bewierookt de priester het Altaar, de ikonen van de Verlosser en van de Moeder van God, en ook de Gemeente. Intussen neemt het gezang van het Cherubijnenlied, waarin sommige woorde ter wille van de melodie herhaald word, een aanvang.

Het Hoorns Byzantijns Mannenkoor heeft drie zettingen op zijn repertoire staan.

Het Cherubijnenlied 17

"Laat ons, wat de Cherubijnen
op mystieke wijze vertegenwoordigen,
En de levengevende Drieëenheid
Het driemaal-heilige loflied toezingen,
Alle aardse zorgen terzijde stellen.
Om Hem, de Koning van het heelal,
onzichtbaar vergezeld door de engelenschaar,
bij ons te ontvangen."
Amen.

De Grote processie vindt plaats tijdens het klinken van dit gezang. De priester zelf heeft reeds het Cherubijnenlied met handen omhoog voor het Altaar gebeden.
Hij buigt dan voor de Gemeente als een teken van om vergiffenis te vragen (vgl. Mt.5:23-24), en gaat naar de Proskomidie-tafel. Daar neem hij de voor het Sakrament toebereide brood en wijn, en gaat daarmee door de zijdeur naar de Gemeente. Net zoals bij de Kleine processie gaat de stoet naar de kerkdeur en vandaar tussen de Gemeente door naar het Altaar. (In die Russische Kerk het dez gewoonte in onbruik geraakt.) Hierdoor kan 'n mens nog iets van de oorspronkelijke gewoonte zien om de benodigdheden voor het Sakrament te nemen uit die offergaven welke door de Gemeente samengebracht is. Tijdens de prcessie roept de celebrant:
"Moge de Here God in Zijn Koninkrijk ons gedenken (Patriarch.... Metropoliet ........Bisschop......), nu en altijd en tot in alle eeuwigheid".*17
Wanneer God aan de mens denkt, bevindt hij zich onder de hoede van Zijn reddende zorg en liefde. Wanneer God aan die mens denkt, maakt Hij geen verschil tussen levenden en doden want "ieder leeft voor Hem" (Luk.20:38).
Hoewel die heilige gaven nog niet tot het Lichaam en Bloed van Christus gewijdt is, wordt dit toch reeds vereerd: Deze waren immers reeds tijdens die Proskomidie, het voorbereidende deel van de Liturgie, verkozen en voorbestemd als de offergae die opgedragen zal worden.
De Grote processie eindigd met de priester, "bekleedt met het priesterschap van Christus", welke de heilige gaven als dankoffer op het Altaar plaatst.
Die laaste woorde van het Cherubijnenlied, "Om Hem, de Koning van het heelal, onzichtbaar vergezelt door de engelenschaar, bij ons te ontvangen", herinneren ons daaraan dat ook die onzichtbare hemelse schare aan de Liturgie deelneemt.