Hoorns
Byzantijns Mannenkoor

Deze aanroep in verband met ’de deuren’ wijst op vroeg-christelijke tijden, waar de deurwachters gewaarschuwd werden om bij de nadering van die belangrijkste ogenblik van de Liturgie, nauwlettend toe te sien dat niemand, die niet tot de Christengemeenschap behoort, binnenkomt. Hierna volgt de Geloofsbelijdenis:

"Ik geloof in een God ....."

Deze geloofsbelijdenis van Nicaea/Konstantinopel is in de zesde eeuw in de orde van de Liturgie opgenomen uit de Doopdienst, die de natuurlike plek daarvoor is.
Deze wordt dit door de gehele Gemeente gezongen:

Geloofsbelijdenis 20

"Ik geloof in God, de almachtige Vader,
De Schepper van de hemel en de aarde,
En van alle zichtbare en onzichtbare dingen.
En in één Heer, Jesus Christus,
De eniggeboren Zoon van God,
Geboren uit de Vader voor alle tijden.
Licht uit Licht,
Waarachtige God uit waarachtige God;
Verwekt, geenzins gemaakt;
Eén in wezen met de Vader,
Door Wie alle dingen ontstaan zijn.
Wat ter wille van ons, mensen,
En ter wille van onze zaligheid
Neergedaald is uit de hemel,
Vlees geworden is door de Heilige Geest
en de Maagd Maria, en mens geworden is.
Die voor ons gekruisigd is onder Pontius Pilatus,
En geleden heeft en begraven is;
En op de derde dag weer opgestaan is,
volgens de geschriften.
Die ten hemel gevaren is,
En die zit aan die rechterhand van de Vader.
Wat weer zal komen in heerlijkheid
Om te oordeel de leenden en de doden.
Wiens Koninkrijk geen einde zal nemen.
En in de Heilige Geest , de Heer en Levendmaker,
Die van de Vader uitgaat;
Die met de Vader en de Zoon aanbeden
en verheerlijkt wordt;
de gesproken heeft door de profeten.
En in een Heilige, Katholieke en Apostolische Kerk.
Ik belijdt een doop tot de vergeving van zonden.
Ik verwacht de opstanding van de doden
En de levenden
Van de toekomstige eeuwigheid.
Amen."