Hoorns

Byzantijns Mannenkoor

Constantijn de Grote
Constantijn de Grote
In de vroeg-christelijke tijd vierde bijna iedere plaatselijke kerk Pasen op verschillende data. Sommige kerken bepaalden de datum aan de hand van het Joodse Pesach, andere vierden Pasen ieder jaar op 27 maart, en zo waren er nog meer tradities die allemaal een andere uitkomst gaven

Het eerste Oecumenische Concilie in Constantinopel (een algemene vergadering van de hele kerk) maakte daar een eind aan. Men wilde één regel gebruiken om de datum van het feest van de Opstanding te berekenen.
Het Concilie besloot dat het feest van de Opstanding altijd na Pesach moest vallen, zoals ook de Opstanding zelf na Pesach was. Verder moest het een zondag zijn, de eerste dag van de week, als de nieuwe of Achtste Dag van de Schepping. Een vaste datum kwam dus niet in aanmerking.

Het Concilie bepaalde dat het feest moest vallen op de eerste zondag na de eerste volle maan na de eerste dag van de lente. De datum van Pesach wordt op een soortgelijke manier berekend, en deze berekening zou meestal voldoende moeten zijn om Pasen na Pesach te laten vallen. Voor de jaren waarin dat niet zo was voegde het Concilie toe "na het Joodse Pesach".
Het verschil in paasdatum is niet alleen het gevolg van het feit dat de Orthodoxe Kerk nog eeuwen na 1582 (het jaar waarin Rome de Gregoriaanse kalender invoerde) de Juliaanse kalender heeft gebruikt, hoewel de paasdatum wel volgens de Juliaanse kalender wordt berekend. Lang daarvoor heeft de Orthodoxe Kerk al overwogen de berekening te hervormen, maar men wilde geen methode invoeren waardoor Pasen vóór Pesach zou kunnen vallen.

Data van Orthodox Pasen. Het getal tussen haakjes is het aantal weken verschil. Als er geen getal staat valt de viering van Orthodox Pasen op de zelfde dag als het Rooms katholieke paasfeest.